Straatfotografie: 5 regels om te breken

Regels, mythes en discussies. Als er één onderwerp is waarover soms oeverloos wordt gepraat over hoe het eigenlijk zou moeten, dan is het de fotografie. Soms heb ik het idee dat er meer over wordt gepráát dan dat er serieus geproduceerd wordt. Als ik op internet of in fotoboeken lees over de zogenaamde regels van de straatfotografie, dan moet ik wel eens lachen. Ik word er op mijn GooglePlus-pagina of mijn Instagram ook wel ’s over aangesproken. Want zoals elk onderdeel van de fotografie heeft ook deze specialiteit tal van ‘voorschriften’. Ik zou bijna zeggen: als je er gevoelig voor bent dan ga je als straatfotograaf gebukt onder de regels en de clichés.

‘Regels’ in straatfotografie

Een paar voorbeelden van dat soort ‘regels’? Gaat ie, dan geef ik je er meteen een paar tips bij over hoe je ze kunt ‘overtreden’:

1. Een straatfoto is áltijd in zwart-wit

Als ik eerlijk ben dan vind ik zwart-witfoto’s inderdaad het mooist in veel gevallen. Maar in tegenstelling tot wat de zogenaamde straatpuristen verkondigen, zie je steeds vaker kleurenfoto’s opduiken in (online) portfolio’s. En waarom ook niet? Kleur kan een foto versterken. Kleur kan zelfs een dominante rol hebben – kleur kan het onderwerp zíjn.
Denk je dat deze foto dezelfde indruk zou maken als ik hem naar zwart-wit had omgezet?

 

straatfotografie in kleur
Kleur kan ook in straatfotografie van grote betekenis zijn. Stel je deze foto eens voor in zwart-wit…

 

Het mooie van de hedendaagse fotografie is dat je pas achteraf, tijdens de nabewerking kan bepalen of je een foto in zwart-wit of in kleur presenteert. “Whaat!? Achteraf!? Dat is Not Done! een échte straatfotograaf bepaalt dat al tijdens het maken van de foto! What you see is what you get!”
Yeah right. Nou, ik ben een moderne jongen. Ik heb de mogelijkheid om na te bewerken en ik gebruik die mogelijkheid. Ook in mijn straatfotografie. Zal ik je nog ’s wat vertellen? Ik haal met PhotoShop soms wel ’s kleine storende elementen weg uit een foto. Ik weet het, het is op het randje, maar ik doe het soms. Gewoon, omdat het kan en omdat een foto er soms beter van wordt.

2. Als straatfotograaf móet je onzichtbaar zijn

Ik heb het idee dat deze ‘regel’ verzonnen is door straatfotografen die er moeite mee hebben om geconfronteerd te worden met mensen die er niet van gediend zijn om gefotografeerd te worden. Veel straatfotografen voelen zich opgelaten en onzeker wat dit betreft. Dus vermijden ze die situaties door ‘onzichtbaar’ te zijn.
Ik moet er niet aan denken om mijn straatfotografie als de Onzichtbare Man te moeten bedrijven. Een van de voornaamste redenen dat ik ook deze vorm van fotografie beoefen is het contact met andere mensen. Hoe kan je contact hebben als je onzichtbaar bent? Bovendien voel ik er helemaal niets voor om als De Man Met De Regenjas achter een boom te gaan staan gluren. Ik schiet ook wel ’s vanuit de heup hoor, zoals dat heet. Maar meestal heb ik daar helemaal geen goed gevoel bij. Het voelt sneaky en een beetje oneerlijk. Bovendien vraagt het om ballen om zomaar iemand op straat te fotograferen of om je onderwerp te benaderen met de vraag of hij of zij gefotografeerd wil worden. Die uitdaging ga ík graag aan.

Geen zelfcensuur

Ik heb het nog niet vaak meegemaakt dat ik agressief werd bejegend omdat ik iemand ongevraagd op de foto zette. Ik krijg wel eens vragen in die richting. Zo van, “Hé, waarom doe je dat?” Als je op die vraag glimlachend een eerlijk antwoord geeft dan hebben de meeste mensen er geen problemen mee. En als ze je verzoeken om de foto te verwijderen, dan kun je altijd nog overwegen om dat te doen. Maar eigenlijk wil ik mijzelf in mijn straatfotografie geen censuur opleggen. Dus moeten er wel héél goede redenen zijn wil ik een foto deleten. Over onder andere de vraag of je een foto op je camera moet deleten als je onderwerp daarom vraagt, heb ik dit blogbericht geschreven.

3. Straatfotografie doe je met een Leica

“Straatfotografie doe je met een Leica! Want alleen de camera waar Henri Cartier-Bresson mee fotografeerde is goed genoeg voor mij. Bovendien is hij klein en maakt hij mij onzichtbaar…”
Je leest en hoort vaak meewarige opmerkingen van Leica-fan boys als het gaat om fotografen die straatfoto’s maken met een al dan niet professionele spiegelreflexcamera. Eigenlijk, zo zeggen ze, kun je jezelf niet serieus nemen als je niet fotografeert met een peperdure, high-end meetzoekercamera.

Niet van deze tijd

Wat mij betreft is Cartier-Bresson een icoon hoor. Een groot voorbeeld voor elke serieuze documentairefotograaf. Maar – en ik wil niet betweterig klinken – als je goed naar met name zijn eerste (analoge) foto’s kijkt, dan kun je toch niet volhouden dat de technische kwaliteit ervan naar de huidige maatstaven erg hoog is. Natuurlijk, het tijdsbeeld, de sfeer en de onderwerpen die hij neerzet in zijn straatfotografie zijn fantastisch. Maar geen mens zou tegenwoordig nog genoegen nemen met een camera die zoveel korrel (ruis) en onscherpte produceert. Bovendien; de meeste foto’s worden tegenwoordig gepubliceerd op het internet. Wees ’s eerlijk. Zie jij op een beeldscherm veel verschil tussen een foto die is gemaakt met een dure Leica of een die gemaakt is met bijvoorbeeld een (goede) spiegelreflex?
Ik loop rustig de straatfotograaf uit te hangen met een 70-200mm zoom en een flitser op mijn spiegelreflex gemonteerd. Want zoals ik al schreef hoef ik niet perse onzichtbaar te zijn en er zijn vaak situaties waarbij mijn 200mm erg handig is. En de flitser komt vaak goed van pas bij het maken van geposeerde straatportretten.

4. Zoomen doe je met je voeten

Best. Ik snap de gedachte hierachter wel. Als je fotografeert met een meetzoekercamera en er een vaste lens van laten we zeggen 20mm op hebt gemonteerd, dan moet je naar je onderwerp toe lopen om er een goede beeldvullende foto van te maken.
Wat mij betreft stamt dit argument uit de tijd dat (groothoek) zoomobjectieven nog van belabberde kwaliteit waren. Het materiaal van tegenwoordig is kwalitatief zo goed en gebruiksvriendelijk dat ik me afvraag waarom je in de straatfotografie geen gebruik zou mogen maken van de nieuwste technieken. Ieder zijn eigen insteek hoor, maar ik wil niet blijven hangen in de nostalgie van de eerste helft van de vorige eeuw. Ik zie die periode als voorbeeld, als inspiratiebron. Maar ik wil mijn eigen weg, of zo je wilt straat kunnen bewandelen. Als ik op honderd meter afstand een interessant straatbeeld zie, dan wil ik er niet naar toe hoeven hollen om er een foto van te kunnen maken. Als ik aan de overkant van een gracht iemand met een haarknotje op een bankje zie zitten, dan wil ik niet tot aan mijn middel in het water hoeven staan om het shot te kunnen maken.

 

straatfotografie telelens
Tussen mij en het onderwerp ligt een gracht. Deze foto had ik zonder telelens nooit kunnen maken. Dus waarom zou je in straatfotografie geen tele-(zoom)objectief kunnen/mogen gebruiken?

 

5. Een straatfoto is áltijd een candid foto

Natuurlijk maak ik ook graag foto’s van mensen in hun dagelijkse doen en laten zonder dat ze dat in de gaten hebben. Meestal zijn het situaties die vragen om een snelle reactie omdat het moment of de spontaniteit in het moment anders voorbij is. Maar ik maak er geen geheim van dat ik aan het fotograferen ben. Sterker nog, ik wil in de meeste gevallen dat mijn onderwerp mij uiteindelijk opmerkt. Op die manier ontstaat er een leuke interactie die soms resulteert in een interessant gesprek en een geposeerd portret. “Wát? Hè? Een geposéérd portret? Mán! Dat is helemaal geen straatfotografie!” Oeps.

Verschillende invalshoeken

Is een geposeerd portret geen straatfotografie? Ik heb getwijfeld of ik hierover niet een apart blogbericht zou schrijven, maar het past helemaal binnen de vraag hoe strikt je deze regel 5 moet naleven. Antwoord? Wat mij betreft moet je dat als straatfotograaf helemaal zelf weten. Want naar mijn mening heeft straatfotografie verschillende invalshoeken: candid, straattafereel, candidportret en (geposeerd) straatportret. En die kun je beoefenen met verschillende soorten apparatuur; een meetzoekercamera, een spiegelreflex met een vaste lens of met een groothoek- of telezoomobjectief, zelfs met een smartphone kun je straatfoto’s maken. En naar keuze in kleur of zwart-wit.
Ik vind het een uitdaging om het allemaal te verenigen mijn werk. Kijk ’s naar de fotocollages hieronder van deze mannen die ik ergens tegenkwam op straat. Is dat dan geen straatfotografie omdat de heren op een gegeven moment voor me geposeerd hebben…?

 

straatfotografie en regels

 

straatfotografie en regels

 

Het verhaal achter de persoon

De mooiste bijkomstigheid van het maken van straatportretten vind ik de gesprekjes die ik voer met de mensen die ik fotografeer. Op die manier krijg ik vaak een interessant verhaal achter die persoon. Ik vind het dan ook leuk om daar bij het publiceren over te schrijven zoals je op mijn straatportrettenpagina kunt lezen. Want dát is in mijn visie de bottom line: een goede straatfoto vertelt een verhaal. Het geeft een beeld van een situatie, een gebeurtenis of een persoon in het openbare leven. Op straat of in de semipublieke ruimte. Eventueel met tekst, maar in ieder geval ook zónder.

Mijn advies is om je niet gek te laten maken door de straatfotografiepolitie. Ga lekker de straat op en ga fotograferen. Of je het nou straatfotografie, documentairefotografie of sociale fotografie noemt, het is allemaal een kwestie van hoe je het interpreteert en welke invulling je eraan geeft. Uiteindelijk gaat het erom dat jij plezier beleeft aan je fotografie. En dat jij je eigen verhaal vertelt met je foto’s. Op deze pagina kun je mijn straatfotografie bekijken.

 

Wat vind jij?

Ik lees graag in een reactie hieronder hoe jij hierover denkt. Hoe denk jij over de regels in de straatfotografie. Leef je ze na? Heb je er een eigen invulling aan gegeven? Of interesseren die regels je eigenlijk niets 😉

N.B.
Altijd weer die Henri Cartier-Bresson. Je kunt geen artikel over straatfotografie lezen of HCB komt om de hoek kijken. Ik weet het, ik doe er in dit geval zelf aan mee, maar dat is om het cliché wat te ontkrachten. Er zijn zoveel andere (moderne) straatfotografen te noemen. Vaklui die zich ook niet altijd iets aantrekken van conventies en hun eigen draai aan de fotografie geven. Kijk bijvoorbeeld eens naar het werk van:
Chris Arnade
Shane Grey
Jack Simon
Mark Powell

 

Meer weten?

Bekijk mijn andere blogartikelen of mijn cursusaanbod.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

13 gedachten over “Straatfotografie: 5 regels om te breken”

%d bloggers liken dit: